Soms word je ergens uitgenodigd vanwege een bijzonder appelras, zie je iets waarvoor je niet komt, dat minstens even bijzonder is.
"Keiharde kanonskogels", zei de eigenaar. Daarmee overdreef hij amper. Ze zijn bepaaldelijk geen pakje roomboter, deze moesappels. En rijp zijn ze ook nog niet. De oude boom was afgeleefd, dik, had nog een enkele tak.
Je voorgevoel zegt: dit is iets ouds. En je gaat Knoop er op naslaan. Je houdt stil bij de Dubbele Paradijzen. De overeenkomst is treffend.
Zowel (aan één zijde) egaal rode, als roodgestreepte appels aan één boom. Langwerpig, wat kantig, bruinrood, aan één kant groenachtig soms, vast vlees. Is misschien het rood de ossenbloedachtig rood? Wel, het bruin is inmiddels ook te zien.
Ik ben er vrij zeker van dat dit de Dubbele Paradijs van Knoop is, de subvariëteit die hij de "medezoort" noemt en dus veel minder rood is dan de "hoofdzoort". Als ik met wijzer mensen of met een mens met betere wijsheid tot een andere conclusie kom, dan horen jullie het.
Foto's: Bas van Andel