| Wie aan een peer denkt, denkt aan een vrucht met vlees om een klokhuis, met een schil eromheen en een steeltje eraan. Zo ook de Angstpeer of Angoisse. Deze peer kwam in de late middeleeuwen in Noordwest-Europa op de markt. Zij was tamelijk klein en had een bittere schil. Detail: de abdij van Egmond verkocht in 1485 “ijsbouten en anguois”voor 19 stuivers per ton. Er zijn ook angstperen met een andere samenstelling. Het klokhuis en de steel zijn van ijzer; het vruchtvlees is van hout. We spreken bij deze angstpeer over een middeleeuws martelwerktuig. Ter grootte van een Williams-peer. Dat werd in de mond gestopt van iemand die men bijvoorbeeld wou afpersen. Vier vleugels zorgden dat de angstpeer niet uit de mond verwijderd kon worden. Als het slachtoffer betaalde, werden met een sleutel de vleugels weer beweegbaar gemaakt, zodat de angstappel uit de mond verwijderd kon worden. Als het slachtoffer niet deed wat zijn folteraars eisten, kon de ongelukkige kiezen tussen twee kwaden: verhongeren of naar de smid gaan en dan hopen dat die de angstappel uit de mond kon halen zonder kaken etc. te breken. Hopelijk blijft u de peer zien als een veelal sappige, lekkere vrucht met een lekker schilletje………. Bron: Herman Vandommele, “Peren voor Miljoenen” 1985 |
|||
| Aan
de inhoud van deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend ©2001- POMologische Vereniging Noord-Holland | |||